Bent u van plan gebruik te maken van zonne-energie? Dan is het belangrijk dat de zonnepanelen zo worden aangelegd dat ze zorgen voor zo veel mogelijk stroom. Hieronder gaan we in op een aantal belangrijke stappen tijdens het plaatsen van zonnepanelen op zowel platte als schuine daken.


Belangrijk tijdens de aanleg

Het volgende is erg belangrijk bij het plaatsen van zonnepanelen:


  • De schaduwen van andere objecten
  • De hellingshoek
  • De afstand tussen de panelen
  • De afstand tot de dakrand
  • De plaatsing van de panelen
  • Het bevestigingsmateriaal

Schaduwen

Zonnepanelen moeten zo min mogelijk in de schaduw liggen. Dat zorgt namelijk voor minder zonlicht en dus ook minder rendement. Schaduwen komen overal vandaan. Schoorstenen, dakkapellen, nabijgelegen bomen: ze zorgen allemaal voor schaduw. Daarom is het belangrijk om te bepalen waar de panelen exact moeten liggen. De installateurs van onze servicepartners gebruiken gewoonlijk een afstand van ongeveer een meter tussen het schaduwobject en de zonnepanelen.


De hellingshoek

De hellingshoek (op hoeveel graden het zonnepaneel staat) heeft ook veel te maken met de hoeveelheid schaduwen. Een verkeerde hoek zorgt namelijk weer voor schaduw. Heeft u een schuin dak? Dan is de hellingshoek niet aan te passen. Bij een plat dak heeft u meer invloed op de hellingshoek. Daarbij wordt meestal 12 graden gebruikt. de panelen dichter op elkaar gezet kunnen worden en dat er dus meer panelen op een dak geplaatst kunnen worden.


De afstand tussen de panelen

Is de hellingshoek bepaald? Dan wordt de afstand tussen de panelen berekend. Dit hangt af van de volgende 3 factoren:


  • De hellingshoek
  • De grootte van de zonnepanelen
  • De breedtegraad

De afstand tot de dakrand

Ook belangrijk is de afstand tussen de dakrand en de panelen. De dakrand is het deel van het dak dat de meeste wind opvangt. Sterke wind zorgt voor schade aan de zonnepanelen. Daarom is het – in het geval van een plat dak – belangrijk om altijd een ruimte over te houden tussen de panelen en de rand. De richtlijn is: hou dezelfde afstand tussen het paneel en de dakrand als de hoogte van het paneel zelf. Heeft u een schuin dak? Dan is een afstand van 30 cm altijd genoeg.


De plaatsing van de panelen

Over het algemeen geven zonnepanelen richting het zuiden het beste resultaat: dit levert u de meeste energie op. Maar soms is dat helemaal niet mogelijk, bijvoorbeeld wanneer uw huis anders staat. In dat geval zorgt de installateur voor een richting naar het zuidwesten of zuidoosten, omdat daarbij slechts 5% minder energie wordt opgewekt. Een plaatsing naar het westen of het oosten resulteert in maar liefst 20% minder rendement. In deze situaties kunnen optimizers het rendement verhogen waardoor het alsnog het overwegen waard kan zijn om zonnepanelen te plaatsen.


Naast de richting is ook de plaatsing van de panelen zelf (liggend of staand) van invloed op het resultaat. Heeft u geen last van schaduw? Dan maakt het in principe weinig uit of de panelen liggend of staand op het dak belanden. Wanneer u wel hinder van schaduw heeft, bedenkt de installateur een opstelling waarbij de panelen de meeste zon vangen. Een horizontale plaatsing is in veel gevallen de beste optie.


Het bevestigingsmateriaal

Zodra de ideale opstelling er is, kan het afronden beginnen. Met het bevestigingsmateriaal worden de panelen vastgemaakt. Daarbij controleert de installateur of er geen scheuren en andere beschadigingen zijn: eenmaal geïnstalleerd is het lastig deze alsnog te repareren. Dakhaken hebben bij de bevestiging altijd de voorkeur, maar er moeten natuurlijk wel genoeg haken worden gebruikt. Een veelgebruikte vuistregel: plaats om de 85 centimeter een haak voor een optimale bevestiging.