Stadsverwarming: een warm huis met restwarmte

In 1923 kreeg Utrecht stadsverwarming en genoot hierdoor van een centraal geregelde warmtevoorziening. De warmte voor deze stadsverwarming bestaat uit restwarmte die vrijkomt bij industrie, stookovens en elektriciteitscentrales. Deze warmte wordt aangeboden als verwarmingswarmte. Daardoor hoeven woningen met stadsverwarming niet worden voorzien van een cv-ketel of andere vorm van verwarming. Maar is stadsverwarming wel zo duurzaam?


Populair over de grens

Wist u dat stadsverwarming bekender is over de grens dan in Nederland? Denemarken bijvoorbeeld en verschillende Oost-Europese landen genieten steeds meer van stadsverwarming. In Nederland was het voornamelijk Utrecht waar wijken en stadsblokken werden aangesloten op het netwerk voor stadsverwarming. Inmiddels begint stadsverwarming aan populariteit toe te nemen, ook bij projectontwikkelaars. Naast Utrecht zijn er diverse regio’s aangesloten op stadsverwarming, bijvoorbeeld het Waalfront bij Nijmegen en de wijk Reeshof in Tilburg.


Restwarmte

Stadsverwarming voor een stad, wijk of woningblok (ook wel 'blokverwarming' genoemd) bestaat dus uit restwarmte. Deze restwarmte komt vrij als elektriciteitscentrales energie opwekken of bij het verbranden van afval in afvalverbrandingsovens, het verbranden van biomassa, het gebruik van warmtepompen en zelfs zonnecollectoren. In plaats van deze restwarmte verloren te laten gaan, wordt deze opgevangen en gebruikt om woningen van warmte te voorzien.


Stadsverwarming en de energietransitie

Ondanks dat stadsverwarming wordt 'verkocht' als duurzaam en efficiënt, is het voordeel van warmtenetten ook onderwerp van discussie. Patrick Lammers, CEO Essent en Country Chair van innogy Nederland, somde in een artikel van 11 september 2017 in het Financieele Dagblad vier redenen op waarom warmtenetten geen goed idee zijn.

  1. Stadswarmte is een oplossing van 100 jaar oud, en lang niet zo efficiënt als dat het lijkt. Hoe efficiënt is het eigenlijk om water te verwarmen tot 70 graden of hoger, het vervolgens te transporteren en er dan een woning mee op te warmen tot 20 graden?
  2. Met stadsverwarming zijn we afhankelijk van één, steeds kleiner wordende energiebron. De hoeveelheid afval wordt kleiner en er moet op den duur misschien zelfs afval importeren om de warmtenetten draaiende te houden. Sterker nog, steden als Amsterdam en Rotterdam importeren nu al afval.
  3. Met stadsverwarming heeft de consument een verplichte aansluiting zonder leverancierskeuze. Warmtenetten koppelen de consument vast aan één leverancier en beperken de keuzevrijheid, terwijl de consument zelf zijn energie wil kiezen of misschien zelf opwekken.
  4. Stadsverwarming maakt de energietransitie onnodig inefficiënt en duur. Consumenten betalen relatief veel en er zijn enorme investeringen gemoeid met de aanleg en het onderhoud van de warmtenetten, die slechts tijdelijk zullen worden benut.

Alternatief voor stadsverwarming

Patrick Lammers pleit ervoor om niet langer te investeren in stadswarmte, maar dat geld juist te gebruiken om een nieuwe weg in te slaan: "Nederland is koploper als het gaat om elektrische infrastructuur en slimme digitale toepassingen, laten we die kennis benutten en verder uitbouwen! Voor de lange termijn zullen alleen écht duurzame oplossingen in staat zijn om onze grote en groeiende vraag naar energie afdoende te beantwoorden."