08
juli
2020
|
11:42
Europe/Amsterdam

Kwetsbare vogelsoorten kunnen norm sterfte windmolens niet aan

Download

De norm van 1 procent vogelsterfte door aanvaringen met windmolens, kan voor kwetsbare vogelpopulaties al fataal zijn. Dat schrijft dagblad Trouw.

De bruine kiekendief, de visdief en de spreeuw: het zijn vogelsoorten die het moeilijk hebben in Nederland. Ze kunnen in populatie afnemen, door extra sterfte veroorzaakt door aanvaringen met windturbines, concluderen wetenschappers van de Wageningen Universiteit.

De Europese norm voor vogelsterfte veroorzaakt door windmolens is vastgesteld op 1 procent. De gevolgen van zo'n klein sterftepercentage zouden verwaarloosbaar zijn, is de aanname. "Veel rekenregels gaan ervan uit dat de groeisnelheid kan toenemen als een populatie daalt, er is dan immers meer voedsel en meer ruimte voor minder vogels", legt een van de Wageningse onderzoekers uit aan Trouw. "Wij laten zien dat kwetsbare populaties die veerkracht niet hebben. Het evenwicht is al weg en dan komen die windmolens er nog bovenop."

De wetenschappers beseffen dat hun onderzoeksresultaten ingezet kunnen worden door mensen die om heel andere redenen tegen de komst van windmolens zijn. Een oplossing voor het probleem kan zijn om de turbines stil te zetten als er trekvogels passeren. Middels radarbeelden kan een trektocht op tijd gesignaleerd worden. Ook moet bij de bouw van windmolenparken beter gekeken worden wat risicovolle plekken zijn voor kwetsbare vogelsoorten. "Hernieuwbare energie is nodig en die 1 procent wordt in veel landen erkend als norm", geeft een van de wetenschappers toe. Toch zijn de gevolgen voor kwetsbare vogelsoorten groot: "Het lijkt heel weinig, maar jaar in jaar uit gaat dat niet goed."