Essent: leg betaalbaarheid van energie wettelijk vast, maximaal 8 procent van het inkomen
1,1 miljoen huishoudens in risicozone voor energiearmoede
Het kabinet heeft berekend dat de energierekening de komende vijf jaar met 400 tot 600 euro per huishouden stijgt. Energieleverancier Essent constateert dat er steeds meer energiemaatregelen op de rekening worden gestapeld, zonder dat iemand de optelsom ervan bewaakt. Meer dan 1,1 miljoen huishoudens zitten inmiddels in de zogeheten risicozone: zij zijn 8 tot 10 procent van hun inkomen kwijt aan de energierekening en dreigen door te schuiven naar energiearmoede. Essent vindt dat geen enkel huishouden meer dan 8 procent van het inkomen aan energie kwijt zou mogen zijn en doet een oproep aan de politiek: leg de betaalbaarheid van energie wettelijk vast op 8 procent en maak de minister van Sociale Zaken daarvoor verantwoordelijk.
Resi Becker, ceo van Essent: "Duurzaamheidsdoelen staan in de wet. Deze gaan over het tempo en de techniek van de energietransitie. Betaalbaarheidsdoelen bestaan niet. De draagkracht van huishoudens wordt niet meegenomen bij besluiten over energie. Energiemaatregelen stapelen zich op en maken de energierekening voor veel huishoudens onbetaalbaar. De transitie zet zichzelf op slot. Door wettelijk vast te leggen wat we acceptabel vinden dat huishoudens kwijt zijn aan energie, en één minister verantwoordelijk te maken om daarop toe te zien, kunnen we voorkomen dat er nog meer huishoudens in energiearmoede belanden."
Klimaatdoelen staan in de wet, betaalbaarheid niet
Klimaatdoelen zijn wettelijk vastgelegd. Dat zorgt voor structureel beleid en sturing daarop, met een meerjarenplan, een voortgangsrapportage en een Klimaatnota. Voor de betaalbaarheid van de energietransitie bestaat zo'n verankering niet. Geen doel, geen eigenaar, geen toets.
De transitie wordt afgerekend op tempo en techniek, niet op draagkracht. Zolang alleen de klimaatdoelen wettelijk zijn vastgelegd, schuift de betaalbaarheid ervan in debatten steeds naar de achtergrond. Door ook vast te leggen wat een huishouden maximaal aan energie kwijt mag zijn, krijgt betaalbaarheid een vaste plek in iedere beslissing over de energietransitie.
Optelsom energiemaatregelen
De afgelopen jaren zijn veel maatregelen op de energierekening gestapeld. Het Rijk heft energiebelasting en rekent daar btw overheen. De netbeheerder verzwaart het elektriciteitsnet en de consument betaalt die investering via de netbeheerkosten. Met ETS2 komt er vanaf 2028 een Europese CO2-prijs bij. Inmiddels bestaat bijna 60 procent van de energierekening uit heffingen.
Maatregelen worden bedacht door verschillende departementen, op verschillende momenten en met andere doelen. Elk besluit lijkt op zichzelf logisch, maar niemand toetst vooraf wat de consument door al die besluiten samen moet betalen. Het landt op één plek: de energierekening. Daardoor wordt de energierekening niet de uitkomst van beleid, maar de sluitpost ervan.
1,1 miljoen huishoudens in risicozone
Uit onderzoek van Essent en Berenschot, op basis van microdata van het CBS, blijkt dat meer dan 1,1 miljoen huishoudens met een inkomen tot 40.000 euro tussen de 8 en 10 procent van hun netto-inkomen kwijt zijn aan energie. Eén tegenvaller kan ervoor zorgen dat zij in energiearmoede terechtkomen: een tariefstijging, hogere netbeheerkosten of een nieuwe overheidsheffing.
In negen van de tien gevallen gaat het om huurders. Juist zij kunnen de rekening het minst beïnvloeden: zij hebben geen geld om te investeren, wonen in een huis dat zij niet zelf kunnen verduurzamen of houden na hun vaste lasten te weinig over.
Eén minister, een toets vooraf en gerichte hulp
Een wettelijke norm voor de betaalbaarheid van de energierekening belegt de eindverantwoordelijkheid bij de minister van Sociale Zaken, die maatregelen vooraf beoordeelt, jaarlijks toetst en gericht bijstuurt. De norm zet verduurzaming niet opzij maar stuurt op huishoudens die dat het hardst nodig hebben. Elke maatregel moet worden beoordeeld op de vraag of die binnen de bandbreedte blijft van wat huishoudens kunnen dragen. Het maakt gerichte oplossingen mogelijk om specifieke groepen huishoudens te helpen de energierekening structureel te verlagen. De voorgestelde grens van 8 procent is geen definitie van energiearmoede, maar moet met preventie voorkomen dat huishoudens daarin terechtkomen.