Delftse onderzoekers maken zonnecellen met papaja-enzymen
Uit een onderzoek van de TU Delft blijkt dat ‘papaïne’, een stofje dat van nature voorkomt in papaja’s, kan helpen bij het produceren van zonnecellen. Dankzij het stofje kunnen de cellen met lagere temperaturen worden gemaakt.
In zonnecellen worden vaak dunne laagjes titaandioxide gebruikt. Het fabriceren van die laagjes is een heel ingewikkeld proces, waarbij geavanceerde machines nodig zijn die hele hoge temperaturen kunnen bereiken. Met het stofje uit de papaya’s is de titaandioxide al op temperaturen te maken die een normale huis-tuin-en-keukenoven kan bereiken.
Daarbij zouden de laagjes die op deze nieuwe manier worden gevormd ook nog eens beter te stapelen zijn, waardoor ze een groter opname-oppervlak hebben. Deze methode kan in de toekomst gebruikt worden om goedkope zonnecellen met een hoog rendement te produceren, die ook te integreren zijn in de ramen van huizen of kantoren, zo verwachten de onderzoekers.
Momenteel werken de onderzoekers aan het verhogen van de prestaties en de stabiliteit van deze nieuwe soort zonnecellen.