Koken in uw keuken:
van kampvuur tot inductie

Het klinkt haast onhaalbaar: een gasvrij Nederland in 2050. Veel huishoudens gebruiken namelijk gas om hun huis mee te verwarmen en erop te koken. Toch is het niet de eerste keer dat we massaal overstappen op een andere energiebron. Bekijk in vogelvlucht onze geschiedenis van eten bereiden.

 

Rauw voedsel

Het begon allemaal met een nomadenbestaan

Vroeger, heel vroeger, aten we rauw voedsel. Het was geen trend, we wisten gewoon niet beter. We aten rauw vlees van wilde dieren en vogels. Ook smulden we van rauwe vis, schaal- en schelpdieren. De natuur verzorgde ons goed met vruchten, knollen en eetbare planten. We leefden als nomaden, steeds op zoek naar eten.

 

 

Koken met hete stenen

Koken met hete stenen

Eureka, we ontdekten dat eten langer goed blijft wanneer we het garen. Dus ons eten ging in een leren zak met water en hete stenen en werd gekookt. Daardoor bleef het langer houdbaar en hoefden we minder vaak te jagen. Koken op een kampvuurtje was natuurlijk ook ideaal. Met als voordeel dat we ’s nachts zelf niet opgegeten werden.

 

 

Koken op een vaste plek

Op een vaste plek koken

We bleven op één plek wonen. Kookpotten bleken toch handiger dan leren zakken. Ook oventjes bleken handig: een gat in de grond met vuur en daar werd dan de kookpot in gezet.

 

 

 

 

eigen haard is goud waard

Eigen haard is goud waard

Een eigen stekje met haard, wat waren we trots. Onze ketel hing boven het vuur, hét middelpunt van hut, huisje of kasteel. Heel lang gebruikten we de haard om te koken en ons warm te houden.

 

 

 

Flitsende fornuizen

Flitsende fornuizen

In de 19e eeuw stierf de open haard een stille dood, behalve op het platteland. Onze ham en spek werd daar nog lekker in gerookt. Mjham ;-) In 1858 was het eerste huisfornuis te bewonderen. Dat sloeg enorm aan. Eind van de 19e eeuw had 60% van de mensen er eentje. Intussen was de kolenkachel ook nog steeds populair. Vanaf 1950 gebruikten sommigen een oliekachel, maar die werd uiteindelijk geen gemeengoed.

 

 

Koken op gas

Gas verwarmt en voedt ons

In 1959 werd het Groningerveld ontdekt, de grote gasbel bij Slochteren. Nederland legde snel een gasnet aan en in 1965 kookten de eerste 300 gezinnen al op gas. Daarmee verdween de kolenkachel uit onze huizen. Tegenwoordig koken de meeste mensen nog steeds op gas.

 

 

Inductie of keramisch

Inductie of keramisch?

Een aantal Nederlanders kookt al op een inductie- of keramische kookplaat. Beide kookplaten zijn makkelijk schoon te maken. Nadeel is dat we daarvoor speciale pannen moeten kopen en soms ook een nieuwe groep moeten aanleggen. Daarnaast blijft een keramische kookplaat vrij lang warm en is daardoor minder zuinig. Waarom we waarschijnlijk niet massaal overstappen, is dat de voordelen (nog) niet opwegen tegen de nadelen. Het is een investering terwijl we voorlopig nog gewoon op gas kunnen blijven koken.

 

 

Jongetje opent mond voor sprinkhaan

Hoe gaan we deze eeuw koken?

We willen ons voedsel blijven garen, gewoon omdat we bereid eten lekker vinden. Maar onze overheid wil een gasvrij Nederland in 2050. Wat is onze toekomst? Nieuwbouwhuizen bouwen we steeds vaker zonder gasaansluiting, we koken ook pas sinds 60 jaar op gas. Wordt inductie voor iedereen de toekomst? Gaan we terug naar rauw eten, bijvoorbeeld sprinkhanen? Of bedenken we iets anders, nog slimmers? Dan vertellen we later onze kleinkinderen dat we vroeger, heel vroeger nog op gas kookten.