Wonen in een commune, hoe is dat?

Huisje, boompje, beestje… en tien huisgenoten: in een commune kan dat zomaar het geval zijn. Communes zijn leefgemeenschappen waar mensen, die niet samen een gezin vormen of een liefdesrelatie hebben, met elkaar samenwonen. De bewoners delen niet alleen een huis, maar ze leven ook echt samen. Er wordt gezamenlijk gebruik gemaakt van voorzieningen en spullen. En ’s avonds  zit iedereen met elkaar aan tafel. Er is dus altijd gezelligheid als thuiskomt!

Hippies en flowerpower

Bij een commune denkt u wellicht aan hippies en heel veel flowerpower. Dat is helemaal niet zo gek gedacht, want in de jaren ‘60 en ‘70 schoten de communes als paddenstoelen uit de grond. Voornamelijk jongeren met sterke idealen verzetten zich tegen de kapitalistische en materialistische maatschappij. In de communes leefden zij zoals ze vonden dat het er in de rest van de samenleving ook aan toe zou moeten gaan. Alles draaide om goede communicatie, zorgzaamheid en delen.  

    Commune of woongroep?

    Tegenwoordig zijn communes er in alle vormen en maten en spreekt men ook wel over woongroepen. Over het algemeen kun je zeggen dat er in communes meer samen gedaan en gedeeld wordt dan in een woongroep. Maar een scherp onderscheid tussen de twee is er niet. Een andere bekende leefvorm is de kibboets uit Israël. Daar gaan ze nog een stapje verder. In een kibboets is bijna alles gemeenschappelijk bezit (soms zelfs de garderobe!) en vaak wordt ook de arbeid binnen de leefgemeenschap uitgevoerd.  

      Gewoon gezellig

      De redenen voor het wonen in een woongroep zijn divers. Het kan een financiële keuze zijn, in veel communes wordt er dan ook een inkomensgrens gesteld. Maar meestal hebben mensen sociale motieven. Zij vinden bijvoorbeeld dat mensen elkaar meer zouden moeten helpen, als je in een commune woont hoef je daarvoor niet eerst met de buren aan te pappen. Als het goed is wonen die handige mannen (of vrouwen!) al in huis. De wereld wordt steeds milieubewuster. Steeds meer mensen gaan op zoek naar ecologisch verantwoorde manieren van wonen. Hierbij kun u denken aan groene stroom, zonnepanelen, recyclen en zelfs een compost toilet. Een duurzame omgeving creëren is samen toch makkelijker dan alleen. 

      • Hoe blijft het leuk?

        Hoe kunt u er nou voor zorgen dat het in de praktijk net zo ideaal is als het lijkt? Daar heeft Marc Pauly van het kenniscentrum Filosofie van de Rijksuniversiteit Groningen over nagedacht. In ‘Een huis delen: hoe hou je het leuk?’ zet hij de voor- en nadelen op een rij en geeft hij tips. Wat maakt het wonen in een woongroep wel of niet aantrekkelijk?

        • Hoe blijft het leuk?
        • Voordelen

          • De gezelligheid
          • Handig, er is altijd wel iemand met de spullen die u nodig heeft
          • Het is financieel aantrekkelijk
          • U kunt van elkaar leren
          • Samenleven met gelijkgestemden
          • Nadelen

            • Beslissingen nemen in een groep kan moeilijk zijn 
            • Mensen in een woongroep zijn nooit echt alleen
            • Kans op conflicten
            • Eventueel vervelende huisgenoten

          De woongroep van Georgia Hauber

          Georgia Hauber (52) woont met 8 andere personen in een woongroep in Oud-Zuid in Amsterdam: ‘Wij hebben heel erg geluk, het is een heel mooi pand met een tuin en een dakterras. Verder delen we de keukens en badkamers.’ 

          Woonvorm van de toekomst
          ‘Op een persoon na zijn alle bewoners in onze woongroep tussen de 50 en 70 jaar. Nu ik ouder word, denk ik dat dit een goede manier is voor ouderen om te wonen. Je kunt elkaar steunen en de mensen om je heen om hulp vragen. Ik denk dat het de woonvorm van de toekomst is. Ook omdat ik echt denk dat het heel duurzaam is, doordat je veel met elkaar deelt’ 

          Nadelen
          ‘Die zijn er zeker! Je moet soms wachten voor de badkamer en natuurlijk zijn er ook spanningen en ruzies. We hebben ook wel mensen in  huis gehad met wie het echt moeilijk was om samen te wonen. Bijvoorbeeld mensen met een verslaving. Dat is heel lastig.’

          Vrijblijvend
          ‘In de communes zoals ze in de jaren ’60 zijn ontstaan, was alles openbaar. Ze vonden bijvoorbeeld dat deuren niet nodig waren. Het was een sterke ideologie, een proces van bewustwording. Ze stelden zichzelf vragen zoals: als ik boos ben, wat doe jij dan? Bij ons is alles veel vrijblijvender, we eten niet iedere avond samen. We hebben een bord, daar zet je op ‘wie eet er mee?’. Een keer per maand koken we wel samen en dan bespreken we zaken die er in huis spelen. Iedereen heeft een eigen ruimte van ongeveer 30 vierkante meter. Het wisselt hoeveel ik in mijn eigen ruimte of de gemeenschappelijke ruimtes ben. Dat hangt af van mijn stemming.’

          Terug naar Home