Essenties.
Even binnenkijken.

Wonen in een tuinhuisje

Een groene oase in de stad: wonen in een tuinhuisje

Een groene oase in de stad. Voor Linda Lemmen (33) is het realiteit. Sinds maart 2015 woont ze een groot deel van het jaar in een volkstuinhuisje in Rotterdam-West.

Stadsmens

“Toen ik erachter kwam dat er een volkstuinencomplex bij mij in de buurt zat, was ik gelijk enthousiast. Ik reis graag en het leek mij ideaal om een plek te hebben waar ik mijn spullen kan opslaan als ik naar het buitenland ga en kan wonen als ik Nederland ben. Zonder hoge woonlasten of ingewikkelde onderverhuur. Ook wilde ik graag weg uit de stad, maar zag ik mezelf niet ineens op het platteland wonen. Want hoe erg ik ook van de natuur houd, ik ben wel een stadsmens. Met een tuinhuisje heb ik een beetje van beide: ik word omgeven door de natuur, maar ben ook zo in het centrum.”

Klussen

“Omdat het huisje maar 16 vierkante meter was, heb ik een deel laten aanbouwen. Hierdoor is er 9 vierkante meter bijgekomen. Verder moest er best wat aan gebeuren om er een aangenaam huis van te maken. Van het isoleren van het plafond en installeren van een houtkachel tot het opknappen van het keukenblok en het plaatsen van een douche. Ook de tuin heb ik onder handen genomen. Zo stond er bijvoorbeeld een hele lelijke serre. Al met al heeft het wel een jaar geduurd voordat alles af was. En nog steeds zijn er dingen die ik wil aanpakken.”

 

Truttig

Wonen in een tuinhuisje

“In de aanbouw heb ik een bedstee, de rest zit in het originele huisje. Hoewel er geen muur tussen zit, voelt het als twee aparte ruimtes. Mijn woonstijl is lastig te omschrijven. Eigenlijk koop ik alles wat ik leuk vind en op de een of andere manier past het dan altijd wel bij elkaar. Bij het inrichten van m’n tuinhuisje heb ik de spullen gebruikt die ik al had. Omdat het allemaal wat dichter bij elkaar staat, ziet het er iets truttiger uit maar dat vind ik niet erg. Een tuinhuisje mag best truttig zijn.”

Stroom op

“Alle stroom die ik heb, wordt opgewekt met een zonnepaneel. In het begin was dat wel even wennen. Dan was de batterij van mijn telefoon of laptop leeg en de stroom op. Inmiddels heb ik een WakaWaka-solarlamp. Als die is opgeladen, heb ik 150 uur licht. Ook kan ik er m’n telefoon mee opladen. Voor sfeerverlichting gebruik ik kaarsen. Het leuke is, dat je steeds weer nieuwe dingen ontdekt. Stompkaarsen gaan bijvoorbeeld een stuk langer mee dan waxinelichtjes. En van die lange, smalle kaarsen geven weer het meeste licht.”

Eerste zonnestralen

“Toen ik er net woonde vond ik het ‘s avonds wel een beetje spannend. Gelukkig is die ‘angst’ weggevallen en voelt het nu echt als mijn thuis. Mijn favoriete plek is voor de houtkachel. De warmte en knisperende geluiden; heerlijk! Verder is het me natuurlijk vooral om de tuin te doen; die is maar liefst 250 vierkante meter. Ik verbouw er groente en fruit en zit veel in de zon. Zelfs als ik vroeg de deur uit moet, kan ik genieten van de eerste zonnestralen. Maar ook ’s avonds is het heel fijn om buiten tussen het groen te zitten.”

 

Wonen in een tuinhuisje

Raar mens

“Hoe lang ik hier blijf wonen, weet ik niet. Ik denk dat ik op een gegeven moment wel een gewoon huis wil. Of in elk geval voor erbij. Veel mensen vinden een tuinhuisje als woning maar raar. In het begin ging ik echt aan mezelf twijfelen. Ben ik dan een raar mens? Ik trek me er nu minder van aan, maar het geeft me toch het gevoel dat ik uiteindelijk weer ‘normaal’ moet doen.”

Uitvalsbasis

“Sinds ik het tuinhuisje heb, is de drang om steeds naar het buitenland te gaan weg. Blijkbaar geeft het me iets, wat ik voorheen miste. Omdat ik in de wintermaanden niet in het tuinhuisje kan verblijven, huur ik ook een kamer. Ik zag er eerst tegenop om een huis te delen, maar dit heeft heel goed uitgepakt. Het is altijd gezellig met mijn huisgenoten en mijn kamer gebruik ik het hele jaar door als kantoor. Voor mij is het de ideale uitvalsbasis!”

Ook leuk om te lezen: