De grondlegger van het rekenen in watt is de Schotse ingenieur en wetenschapper James Watt. Hij is onder meer de uitvinder van het kopieerapparaat en wist hoe hij de stoommachine (en daarmee de stoomtrein) aanzienlijk kon verbeteren. Om het vermogen van de stoommachine of stoomtrein uit te kunnen drukken maakte hij gebruik van de term paardenkracht, afgekort pk. Deze term gaf aan wat de trekkracht bijvoorbeeld was van een stoomtrein op de wagons in vergelijking met het aantal paarden dat men nodig zou hebben om de trein in beweging te krijgen. Het vermogen pk is door andere wetenschappers voor het uitdrukken van energie omgedoopt tot watt.


Energieverbruik per uur

Wanneer u energie verbruikt, wordt dit berekend in kilowattuur. Een watt staat voor hoeveel energie (uitgedrukt in joules) een apparaat gebruikt per seconde. Heeft u een lampje in huis van 15 watt, dan verbruikt dit lampje 15 eenheden energie (15 joules) per seconde. Een wattuur geeft aan hoeveel energie er in een uur wordt verbruikt. Zo kan een apparaat bijvoorbeeld een vermogen hebben van 20 wattuur. Dan verbruikt dit apparaat 20 eenheden energie (20 joules) per uur.


Kilowattuur op de rekening

Een kilowattuur staat gelijk aan 3.600.000 joules. Dat is een beetje lastig rekenen op de energierekening. Daarom wordt uw energieverbruik uitgedrukt in kilowattuur (afgekort met kWh). Een kilowattuur staat voor 1.000 wattuur. In Nederland kost het opwekken van één kilowattuur door een elektriciteitscentrale gestookt op fossiele brandstoffen 4 eurocent. Eén kilowattuur energie opgewekt via wind- of zonne-energie kost 5 tot 8 eurocent.