's Hertogenbosch,
11
maart
2019
|
17:48
Europe/Amsterdam

Van opgave naar kans

Het ontwerp Klimaatakkoord ligt op tafel. Het bevat een breed pakket aan maatregelen om de Nederlandse CO2-uitstoot terug te dringen. Onder andere de verplichting aan grote industriële ondernemingen om CO2-reductieplannen op te stellen, de afspraak om in 2030 alleen emissie-loze voertuigen te verkopen en een omvangrijke verduurzaming van anderhalf miljoen Nederlandse woningen tot 2030.

De maatregelen in het ontwerp Klimaatakkoord leggen een goede basis voor de verduurzaming van de Nederlandse samenleving. Maar, legt dit ook het fundament voor een duurzaam economisch verdienmodel in 2050? Nederland kan, mag, nee móet een duidelijkere rol pakken hierin. Nederland kan koploper worden bijvoorbeeld op het gebied van elektrisch vervoer. Daarnaast biedt onze infrastructuur mogelijkheden om tot de wereldtop te behoren op het gebied van data en digitalisering. En de Nederlandse mainports zijn bij uitstek geschikt om de circulaire overslagplaatsen van de toekomst te worden.

Durf verder te denken
Om de overstap naar deze energiebron van de toekomst goed te maken, moeten we ervoor zorgen dat er een aantal duidelijke keerpunten aanwijsbaar zijn tussen nu en 2030. Dit zijn essentiële kantelpunten die de transitie steeds opnieuw een nieuwe, krachtige impuls geven en daarmee volgende stappen vergemakkelijken.

Waterstof kan, volgens onderzoek van Berenschot in 2018 (Elektronen en/of Moleculen. Twee transitiepaden voor een CO2-neutrale toekomst), op de middellange en lange termijn de ruggengraat vormen voor een groot deel van de collectieve energievraag. Het ontwerp van het Klimaatakkoord signaleert grote kansen en mogelijkheden op dit gebied, al blijft het op dit punt in een vergezicht steken en ontbreekt een integraal handelingsperspectief op concrete volgende stappen. Een scenario in drie fasen – met essentiële kantelpunten – zou er mijns inziens grofweg als volgt uit moeten zien:

1) In fase 1 investeren we in de aanleg van een landelijke waterstofnetwerk. Het landelijke hoofdnet van de bestaande gasinfrastructuur wordt geschikt gemaakt voor waterstoftransport en om volume te creëren wordt ‘blauwe’ waterstof (schone waterstof uit aardgas) toegevoegd. Essentieel kantelpunt in deze fase is de ombouw van kolencentrales tot waterstofcentrales. Dit zorgt voor een forse CO2 afname en een toekomstbestendige achtervang voor hernieuwbare energie.

2) In fase 2 wordt de waterstofmarkt ontwikkeld en tekenen de contouren van een economie op waterstof zich af. In 2030 kan met de productie uit overschotten van duurzame stroom (uit wind en zon) een substantiële hoeveelheid waterstof worden geproduceerd. Essentieel kantelpunt in deze fase is de technologieversnelling die sterk de kosten van wind op zee en elektrolyse drukt. Elektrische auto’s rijden 400 kilometer op een laadbeurt van 20 minuten. De raffinagesector krimpt doordat elektrische auto’s de nieuwe standaard worden.

3) In fase 3 is de transitie tot een waterstofeconomie volgroeid en spreken we over een volwassen markt waarin er voldoende volume zal zijn om ook een deel van de gebouwde omgeving van waterstof te voorzien. Nederland zou zich zelfs kunnen gaan manifesteren als exportland voor waterstof, bijvoorbeeld naar Duitsland en Frankrijk, waardoor hun kolen- en kerncentrales op termijn gesloten kunnen worden.

Zonder het durven maken van duidelijke keuzes zal de energietransitie geen duurzaam economisch perspectief bieden voor Nederland. En met waterstof zouden we echt goud in handen hebben. Waar wachten we op?

 

Over dit onderwerp verscheen ook een whitepaper.