Analyse - European Union Emissions Trading System

13 november 2017

Onlangs heeft Nederland een minimum CO2 prijs ingevoerd vanaf 2020.  Nederland blijft overigens gewoon deel uitmaken van het European Union Emissions Trading System (EU ETS). Dit systeem is continu in ontwikkeling en zit op dit moment in fase 3. Op dit moment is men druk bezig met de voorwaarden van het systeem vanaf 2021, fase 4. Hieronder een historisch overzicht van de eerste 3 fases en de waarschijnlijke veranderingen die gaan plaatsvinden in fase 4. 

Het EU ETS (European Union Emissions Trading System) is actief in  31 landen. Het betreft hier alle landen van de EU, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein. Het systeem wordt toegepast in de energiesector, industrie en inmiddels ook in de luchtvaart. De inschatting is dat ongeveer 45 procent van de totale CO2 uitstoot onder het programma valt. 

EU ETS werkt op basis van het "Cap en Trade" principe. De “cap” zorgt indirect voor een maximum dat kan worden uitgestoten door de deelnemende installaties door een maximum te stellen aan het aantal beschikbare certificaten. Dit maximum wordt gereduceerd gedurende de tijd waardoor de totale uitstoot ook moet verminderen.  Binnen de cap mogen bedrijven certificaten verhandelen en dus de certificaten kopen en / of  verkopen die ze nodig hebben om de uitstoot te compenseren. 

Elk jaar moet een bedrijf aangeven, op basis van metingen, hoeveel er is uitgestoten en daarbij de behorende certificaten overleggen. Doet men dit niet dan volgt er een significante boete. Heeft het bedrijf teveel ingekocht dan is het mogelijk deze certificaten te verkopen op de markt dan wel de certificaten mee te nemen naar een volgend jaar. Het EU ets systeem is de belangrijkste tool die ervoor moet zorgen dat uitstoot kosten efficiënt wordt verminderd. 

Het is op dit moment het grootste emissiehandel systeem van de wereld. Het doel is om de emissies in 2020 met 20 procent te hebben verlaagd en in 2030 minimaal 40 procent. Dit alles ten opzichte van 1990. We zitten op dit moment in fase 3. 

Fase 1 van het systeem was van 2005 tot en met 2007. Technisch een succes maar de marktwerking was ver te zoeken. Dit kwam omdat er eenvoudig weg veel te veel certificaten beschikbaar waren op de markt. De prijs van certificaten daalde dan ook naar 0 EUR in 2007. 

In 2008 ging de tweede fase van start. IJsland, Noorwegen en Liechtenstein hebben zich bij het systeem aangesloten. In de periode van 2008 tot en met 2012 is het aantal uitstaande certificaten met 6.5 procent teruggebracht. In deze periode was er sprake van een economische crisis waardoor de vraag naar certificaten ongebruikelijk laag was en bedrijven zelfs bleven zitten met hun certificaten. Aan het einde van deze periode werd de luchtvaartsector toegevoegd aan het systeem. 

Op dit moment bevinden we ons in Fase 3, die zal duren tot en met 2020. In deze fase werd afgesproken het aantal uitstaande certificaten jaarlijks met 1.74 procent per jaar te verminderen. In 2013 werd ook Kroatië onderdeel van het systeem. Ook werd er voor de luchtvaart een uitstoot reductie target vastgesteld. In de periode 2013 tot en met 2020 moet er in deze sector minimaal 5 procent minder uitstaat zijn dan in de periode 2004 tot en met 2006. 

In de industrie sector is het mogelijk gratis certificaten te verkrijgen van de overheid. Daarnaast is het mogelijk om credits te kopen van goedgekeurde Emissie besparingsprojecten wereldwijd. Energiecentrales hebben deze mogelijkheden overigens niet, zei moeten alle rechten kopen in de markt. Een uitzondering hierop zijn 8 oost Europese landen die gelimiteerd gratis certificaten ontvangen. Hier is echter wel de afspraak gemaakt dat dit voordeel wordt gebruikt ten behoeve van de modernisatie en vergroening van de energiemix van deze landen. 

De wet verplicht dat minimaal de helft van de opbrengst van deze certificaten verkregen uit de energie en industrie sector en zelfs 100 procent van de opbrengst uit de luchtvaart sector wordt gebruikt om klimaatverandering in Europa tegen te gaan. 

Vooral in Noord West Europa wil men sneller stappen zetten met betrekking tot CO2 uitstoot reductie dan in andere delen van Europa. Het gevolg is dan ook dat na Engeland ook Nederland inmiddels een minimale CO2 prijs heeft ingevoerd en dat Frankrijk en Duitsland hierover spreken. In Fase 4 (2021) worden de regels wel wat verder aangescherpt. Hieronder de belangrijkste wijzigingen.

1. De belangrijkste wijziging is dat het aantal uitstaande certificaten sneller gaat dalen, namelijk met 2.2 procent per jaar. Dit percentage kan tijdens Fase 4 worden aangepast waarbij het halen van het klimaatakkoord in Parijs de belangrijkste graadmeter is. 

2. Er wordt een "Market Stability Reserve" geïntroduceerd. Deze reserve kan worden gebruikt om de markt te stabiliseren. Als er een overschot is aan certificaten worden deze van de markt gehaald door eenvoudig weg minder certificaten te veilen, deze certificaten kunnen op een later tijdstip weer in de markt gebracht worden op het moment dat er te weinig certificaten zijn. Dit zal zorgen voor prijsstabiliteit. 

3. Het modernisatie fonds wordt aangepast. Dit fonds ontvangt 2 procent van de opbrengst van het systeem. De opbrengst van dit fonds wordt verdeeld onder de 10 landen met een Bruto Binnenlands Product van onder de 60% van het EU gemiddelde. Een belangrijke wijziging in Fase 4 is dat het niet meer mag worden gebruikt voor modernisatie van conventionele kolen en gas centrales. Er wordt hier wel een uitzondering gemaakt voor stadsverwarmingsprojecten in Roemenië en Bulgarije. 

Het is de verwachting dat dit beleid voor het einde van het jaar formeel wordt goedgekeurd.

Bronnen:

www.emissions-euets.com
www.icapcarbonaction.com
www.ec.europa.eu


Direct inkopen?

Ga naar Mijn Essent. Daarin kunt u vrijblijvend als klant of niet-klant zelf:

  • Een actuele offerte samenstellen
  • Online uw prijs volgen
  • Uw ideale inkoopmoment bepalen

Direct inkopen

Meer lezen?

Terug naar het overzicht

Marktinformatie ontvangen?

Wilt u marktinformatie automatisch in uw mailbox? Meld u dan hieronder aan.

Aanmelden