Waarom zorgt marktkoppeling (nog) niet voor lagere stroomprijzen?

duurzame energie&besparen_stroometiket_lp-212x109.jpg

De wisselkoersen van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar en het Britse pond bepalen momenteel in sterke mate de energieprijzen. Hoe werkt dit precies?  

Wat is de flow-based marktkoppeling?
De energiemarkten in de Centraal West-Europese regio (CWE-regio) zijn al langer aan elkaar gekoppeld. Het gaat om de landen Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk. Bij overcapaciteit in het ene land, kan een ander land een deel van deze stroom overnemen. Maar onder meer door een groter aandeel zonne- en windenergie, schommelt het aanbod van stroom nu meer dan vroeger. De oude manier waarop de overcapaciteit en de prijzen daarvan berekend werden, voldeed niet meer. Door de flow-based marktkokppeling kan nu beter berekend worden hoe veel capaciteit beschikbaar is voor transport over de grens.

Wat is het doel van deze nieuwe koppeling?
De bestaande elektriciteitsnetwerken in de deelnemende landen kunnen beter worden benut. Doordat de mogelijkheden flexibeler zijn, wordt export van stroom makkelijker en goedkoper. Dit moet leiden tot kleinere prijsverschillen en uiteindelijk tot 1 Europese commodityprijs (de ‘kale’ prijs, dus zonder energiebelasting). Dit moet meer welvaart opleveren voor de deelnemende landen. In Nederland zouden we bijvoorbeeld meer moeten kunnen profiteren van relatief goedkope (wind- en zonne-)energie uit Duitsland.

Waarom heeft dit tot nu toe niet geleid tot lagere prijzen voor elektriciteit?
De stroommarkt is door de flow-based marktkoppeling ook complexer en minder transparant geworden, zegt Senior Analyst Maarten Tielen van Essent. Wat momenteel speelt, is onder meer het warme weer in Europa van de afgelopen maanden. De Alpenlanden hebben hier veel last van. In Frankrijk zijn diverse kerncentrales buiten werking gesteld en moet er meer elektriciteit uit duurdere centrales komen. Bovendien zorgt de flow-based marktkoppeling ervoor dat er meer Duitse stroom naar Frankrijk geëxporteerd kan worden. Op die manier reageren de markten van de verschillende landen sterker op elkaar en bewegen prijzen meer op- en neer.

Zullen we op langere termijn wel dalende stroomprijzen gaan zien?
Dat is wel de verwachting. Testresultaten uit de periode vóór de invoering, laten lagere prijzen zien met ‘flow-based’ in vergelijking met de oude methodiek. Ook waren de prijsverschillen tussen landen kleiner. Gekeken naar de afgelopen maanden lijkt het erop dat de prijzen van Duitsland en Nederland inderdaad naar elkaar toe bewegen, zegt Maarten Tielen. Maar het verschil tussen Nederland en België is juist groter geworden. Of het effect is toe te schrijven aan de flow-based marktkoppeling, dat zal de toekomst dus nog moeten uitwijzen.